5. Uitgangspositie...

Zodra wij ons gaan bezinnen op de situatie m.b.t. het dagcentrum Coloriet in 1995, krijgen wij te maken met allerlei vooronderstellingen.
Hoe ziet de maatschappij om ons heen eruit; met welk personeel krijgen we en hebben we dan te maken; wat zijn dan de actuele hulpvragen; hoe strikt of flexibel is de regelgeving rond tal van (beleids)terreinen; hoe ziet de stichting KEERKRING – immers net gestart – er dan uit; welke zijn de financiële middelen waarover we beschikken; welke nieuwe deelnemers stellen nieuwe vragen; de veroudering van de bestaande bezetting, enz. enz.
Van veel vragen weet je geen antwoord, maar wel de richting waarheen de ontwikkelingen gaan. Op basis daarvan doe je een inschatting. Van veel andere vragen ken je het bestaan niet eens... zij zullen gaande het traject ineens opdoemen en om een creatief antwoord vragen.

Maar ook zijn er veel vragen wel bekend omdat het vast staat dat die vragen – die soms nu al bestaan – zeker niet in 1995 naar tevredenheid zullen zijn opgelost. Daarnaast is er veel kennis voorhanden; visie m.b.t. de juistheid van het aanbod dat wij als dagcentrum willen en zouden moeten bieden; kennis van de organisatie van een dagcentrum.
Tenslotte is er nog een belangrijke slotoverweging: de ontwikkelingen richting 1995 zullen echt anders gaan op alle genoemde terreinen dan wij op dit moment inschatten.
Maar indien wij niet tijdig een richting inslaan en onze keuzes maken en regelmatig bijstellen, is het zeker dat het dagcentrum eenvoudig een speelbal is van de maatschappelijke ontwikkelingen om ons heen.

Welnu, Coloriet heeft niet de intentie of de arrogantie de maatschappelijke ontwikkelingen te sturen of te keren. Evenmin heeft Coloriet het vermogen de maatschappelijke ontwikkelingen aan te passen aan hetgeen binnen Coloriet plaatsvindt.
Maar wat wij wel hebben, is een visie op ons werk in de toekomst en van daaruit kunnen wij gebruik maken van de toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen in en om ons dagcentrum.
Maximaal gebruik maken van de ontwikkelingen om ons heen en – waar nodig – initiatieven durven nemen om nadelige aspecten van andere ontwikkelingen te keren, zorgt er niet voor dat ons plan Coloriet 1995 tot de laatste punt en komma wordt gerealiseerd, zoals wij dat nu voor ogen hebben.
Wel betekent het een duidelijke, bewuste en gemotiveerde route waarin Coloriet vandaag, morgen en in 1995 een eigen plaats heeft en houdt in de stichting, in de (Capelse) samenleving en in de zorgsector.

Deelnemers:

Wij hebben in 1990 42 deelnemers. Wij weten, na de verbouwing van het dagcentrum Coloriet, dat er ruimte is voor boventallige plaatsingen. Eveneens weten wij dat het grootste deel van onze deelnemers ook in 1995 actief zullen zijn...., maar wel 5 jaar ouder en dus met een toekomstperspectief dat 5 jaar verder ligt.
Wij weten dat KEERKRING een beleid heeft gericht op de plaatsing van meervoudig en hoog-verzorgingsbehoeftige gehandicapte deelnemers binnen Coloriet.
Wij hebben in 1995 (veel) meer dan nu te maken met deeltijdplaatsingen, zowel in tijd gezien als in het soort verstrekking.
Wij zullen ook in 1995 3 soorten van activiteiten kennen:

  1. verzorgende activiteiten
  2. ontspannende/vormende/therapeutische activiteiten
  3. arbeidsmatige activiteiten.

Personeel:

Wij kennen binnen het dagcentrum Coloriet van 1990:

  • 1 hoofd
  • 1 plv. hoofd (40%)
  • 13 personen groepsleiding, samen goed voor ca. 11 plaatsen
  • 1 administratieve kracht (4%)
  • 1 orthopedagoog (20%)
  • 1 logopediste (20%)
  • 1 fysiotherapeut (40%)

Bij onze zoektocht in de toekomst zijn we uitgegaan van deze basisgegevens. Deze mensen, met hun kennis en specifieke opleidingen vormen een vaststaand gegeven voor onze toekomst; hetgeen overigens niet inhoudt, dat daarmee een verstarde blik op die toekomst is ingebakken. Integendeel, personeelsmutaties intern, vacatures en aanvullende scholing zullen zorgdragen voor een toekomst die ook uitvoerbaar is.

Accommodatie:

Bij de benadering van onze vraagstelling zijn wij uitgegaan van een inmiddels verbouwd Coloriet. Dit, in grote lijnen overeenkomstig het verbouwingsplan zoals dat momenteel in de ambtelijke molens zit.

Kenmerken van de accommodatie:

  • - 4 ruime ateliers (hout/textiel/kunst/tuin) met daarbinnen maximale ruimte voor opslag materiaal/gereedschappen, werkruimte, zitje, apparatuurruimte;
  • - een aangebouwde vleugel geheel ingericht voor hoog-verzorgingsbehoeftige en meervoudig gehandicapte deelnemers;
  • - een centraal ingerichte kantine en aangrenzend de keuken;
  • - vervallen van de motoriekzaal;
  • - aparte winkel/expositieruimte binnen het dagcentrum.

Financiën:

T.a.v. de exploitatie en investeringsmiddelen zoals deze in 1990 beschikbaar zijn, zijn er geen grote wijzigingen te verwachten en dus ook niet opgenomen. Er zal in de toekomst een groter budget voor scholing moeten worden vastgesteld dan nu in 1990 gehanteerd wordt. De sponsorgelden zullen in de toekomst een grotere plaats in het geheel krijgen, hoewel deze toch slechts aanvullend zullen blijven op de structurele (exploitatie) middelen.
Evenzo zullen de eigen verdiensten een belangrijkere plek krijgen. Geen doel op zichzelf, verre van dat. Maar het zal minder de functie van ‘cadeautje waarmee je leuke dingen kunt doen’ krijgen en meer ingezet worden als basis voor financiering van andere/meer activiteiten van het dagcentrum.

6. Sprong in het diepe...