10b. Het personeelslid en zijn professie...

Binnen het dagcentrum kennen wij 3 groepen functies die gezamenlijk ervoor zorg dragen dat Coloriet als organisatie draait en het product oplevert, dat van haar verwacht mag worden:

  1. management.
  2. specialisten.
  3. deskundigen.
  • ad.a: Het management zorgt voor de beleidsvoorbereiding, de procesgang en de controle op de beleidsuitvoering.
  • ad.b: De specialisten worden ad hoc aangesproken bij individuele problemen dan wel leveren zij gevraagd en ongevraagd adviezen m.b.t. de beleidsvoorbereiding.
  • ad.c: De deskundigen houden zich bezig met de advisering bij de beleidsvoorbereiding en zij houden zich bezig met de beleidsuitvoering.

(Attentie: met opzet spreken wij over specialisten en deskundigen. Een groepsleider is een deskundige, een orthopedagoog is een specialist. De oude vaak gehanteerde benadering impliceert dat de specialist deskundig is en dus: de groepsleider niet...)

Coloriet baseert haar plan voor 1995 op het management met een hoofd en een plv. hoofd (totaal 140%).
Coloriet baseert haar plan voor 1995 m.b.t. specialisten voor:

orthopedagoog:
logopedie:
fysiotherapie:
arts:
6.00 uur per week.
6.00 uur per week.
10.00 uur per week.
2.00 uur per week.

Bovenstaande uren zijn minimale aantallen, de dagelijkse omstandigheden kunnen aanleiding geven hierop tijdens het traject aanpassingen te plegen.
Coloriet baseert haar plan voor 1995 m.b.t. de deskundigen op 10,5 formatieplaatsen.
Met verschillende achtergronden, leeftijden en scholing, worden zij allen geacht op deskundige wijze uitvoering te geven aan het in dit plan neergelegde deelnemersbeleid.
Daarvoor zal, ongeacht de achtergrond waarmee personeelsleden het dagcentrum binnenstappen zowel intern als extern een scholings- en begeleidingsplan worden opgesteld.

10b1. Bevoegd/onbevoegd/vakkennis...

In het verleden zijn binnen het dagcentrum Coloriet diverse personeelsleden in diverse functies aangesteld. De aanstellingen hadden zowel een relatie met het opleidingsniveau van betrokkene als met de financiële positie van het dagcentrum zelf. De relatie tussen de formele functie waarin het personeelslid werd aangesteld en het takenpakket resp. de daaruit voortvloeiende functie-eisen zijn in de loop der jaren flink vervlakt. Dat is geen fiasco van het gevoerde personeelsbeleid maar meer een vingerwijzing in de richting van de kwaliteit van de genoten opleidingen.

Het ongeschoolde personeelslid met een flinke dosis levenservaring kan duurzaam van groter betekenis blijken dan de gediplomeerde groepsleider die vers van een dagopleiding binnenkomt en onvoldoende feeling met de dagelijkse gang van zaken kan ontwikkelen.

Het is om die reden dat het dagcentrum – afhankelijk van de bagage welke het personeelslid bij binnenkomst meebrengt – een duidelijke inwerk/scholings- en begeleidingsprogramma gaat aanbieden, zodat, los van de wijze waarop het personeelslid formeel is aangesteld en ingeschaald, het personeelslid op volwaardige wijze kan beantwoorden aan het eisenpakket.

De aanvullende scholing en begeleiding die door het dagcentrum wordt georganiseerd (intern of extern) zal enerzijds aansluiten op de positie van het personeelslid bij binnenkomst en anderzijds moeten uitmonden in een positie van waaruit het aan eisenpakket door het personeelslid recht gedaan kan worden. Een plan hiervoor zal in de komende jaren ontwikkeld worden.

Aan het begin van deze bijlage is reeds opgemerkt dat binnen het dagcentrum tal van geregelde functies mogelijk zijn waarin personeelsleden formeel kunnen worden aangesteld. Wanneer we het nu niet over de taak- en functiebeeldbeschrijvingen hebben – deze dienen immers direct in relatie tot genoemde formele functies te staan – maar we hebben het over het eisenpakket dat we aan ieder personeelslid in de drie onderscheiden groepen functies binnen het dagcentrum toekennen, dan valt daar voorlopig met het oog op 1995 het volgende over op te merken:

Management: Uitgroeien naar een volwaardige managementsfunctie middels verdere ontwikkeling van de MBO-werkwijze.
Afstoting van managements-‘vreemde’ taken.
Specialisten: Het op MBO-wijze opstellen van plannen en evaluaties daarvan m.b.t. de eigen activiteiten, adviezen en de verantwoording van tijd en middelen. Een constructief aandeel leveren aan de realisering van dit rapport.
Deskundigen: MBO-werkwijze.
Methodisch handelen.
Mentoraat.
Functie-begeleiding.
Een constructief aandeel leveren aan de realisering van dit plan.

10b2. Mee-ontwikkelen...

De huidige personeelsbezetting geldt als uitgangspunt voor de komende jaren. Het plan voor 1995 is niet geschreven met in het achterhoofd de gedachte dat wij ‘linksom of rechtsom’ personeel kwijt moeten zien te raken... Het betekent echter wel dat wij onszelf de plicht opleggen, om onszelf ‘mee te ontwikkelen’ naar de geschetste situatie in 1995. Dat betekent:

  • onszelf kritisch opstellen m.b.t. onze eigen houding en attitude;
  • onszelf voorbereiden op de eisen die wij ons vandaag en morgen moeten stellen;
  • in het dagelijks functioneren een duurzaam en constructief aandeel leveren aan de realisering van dit plan;
  • niet bang te falen op momenten en onderdelen van beleid, wel bang zijn als je in dat kader je ‘nek niet durft uit te steken’;
  • gebruik maken van het interne/externe aanbod jezelf te scholen, bijscholen, aan te scherpen m.b.t. vaardigheden en kwaliteiten.

Ondertussen zullen er zich ongetwijfeld toch personeelsmutaties voordoen. Van die momenten zal zeker gebruik gemaakt worden om nieuw personeel aan te nemen welke in de geest van dit rapport zijn toegerust.
Het reeds aanwezige personeel krijgt alle kans ‘de rit mee te maken’. Maar een attitude welke de wens uitstraalt ‘de rit wel uit te zitten’, zal ongetwijfeld en snel tot grote moeilijkheden leiden.
Mee-ontwikkelen vraagt een actieve geest.

10c. Functiebegeleiding en mentoraat...