11a. Coloriet en haar ateliers...

Coloriet kent na haar verbouwing in 1991 vier grote ateliers: een kenmerkend verschil met de situatie voordat deze verbouwing in 1991 plaatsvond.
De ateliers luisteren naar oude namen:
Hout, textiel, kunst en tuin.

De ruimten zijn sterk vergroot t.o.v. de oude situatie en zijn geheel als atelier ingericht. Met opzet is gekozen voor maximale afmetingen.
Binnen deze ateliers zijn er voldoende mogelijkheden om – met eenvoudige middelen – hoeken af te scheiden of subruimten te realiseren. Want het dagcentrum legt zich niet vast op slechts 4 taakgebieden: hout, textiel, kunst of tuin.

Ieder atelier heeft een aantal specifieke kenmerken:

  • een zitje
  • werktafels/banken
  • een machineruimte
  • een natte hoek
  • een bergplaats materialen en gereedschappen
  • een nooduitgang

Het zijn geen groepsruimten meer. De individuele deelnemer vindt er – onder begeleiding van de functiebegeleider – zijn werkplek voor de uitoefening van een of meerdere deelactiviteiten.

11a1. Geen eigen groep meer...

Met uitzondering van de HV-groep betekent het werken in de ateliers, dat zowel de deelnemer als het personeelslid geen ‘eigen groep’ meer heeft.
‘Effe wennen...’

Met die eigen groep werden in het verleden veel verschillende zaken aangeduid:

  • een eigen stoel
  • een eigen ruimte
  • eigen gezichten
Dit geldt voor zowel deelnemers als personeel.

Toch is de verandering niet zo ingrijpend als het op het eerste gezicht lijkt. Een functiebegeleider heeft op basis van zijn speciale vaardigheden meestal zijn stek in een of twee ateliers. Dit is ook voor de deelnemer een bekend gegeven.
De deelnemer zal iedere deelactiviteit van zijn deelnemersfunctie op een vaste plek verrichten: daar vindt hij – zo nodig – zijn vaste functiebegeleider voor die deelactiviteit.

De mentor houdt het oog op zijn groepje deelnemers en kan daar allerhande gezamenlijke activiteiten mee ontwikkelen. Hetzelfde geldt overigens voor de functiebegeleider: ook hij kan m.b.t. bepaalde deelactiviteiten met de deelnemers die dat aangaan, tot actie overgaan.
En tenslotte is er de kantine: de plaats bij uitstek voor onderling contact tussen deelnemers onderling en tussen deelnemers en mentoren.

11a2. De duiventil...

Het dagcentrum ‘in bedrijf’ levert de aanblik van een duiventil: mensen lopen in en uit en iedereen lijkt – al pratend uiteraard – druk bezig te zijn met....
Ja, met wat eigenlijk?
Pas een tweede blik op de gang van zaken in het dagcentrum zal leren dat er regelmaat, ordening in de totale gang van zaken aangebracht is.

Waar voorheen 5 dikke muren de nodige ordening afdwongen, daar zijn het nu de deelactiviteiten van deelnemers (en de begeleiding die daarop is georganiseerd) die voor de nodige ordening zorgen. In de ateliers hangen lijsten met daarop aangegeven wie wanneer waaraan werkt. En wie begeleidt.

Waar geen dikke muren ordening afdwingen, maar waar afspraken tussen deelnemers en functiebegeleiding zorgdragen voor de nodige ordening, daar levert een eerste ongenuanceerde aanblik de indruk van een duiventil op. Maar die ordening is wel toe te passen en optimaal aan te passen aan de mogelijkheden en de vrijheidsdrang van de deelnemer.
Een groot winstpunt t.o.v. die dikke muren.
Het enige nadeel: mensen maken fouten en komen afspraken niet na, terwijl muren gewoon blijven staan.

11b. De vleugel...