11c. Dislocatie...

Met de verbouwing van het dagcentrum Coloriet is er veel werkruimte voor onze deelnemers gerealiseerd. De drang voorheen om naar andere locaties uit te zien, kwam vooral voort uit de beperkingen die de vroegere accommodatie met zich meebrachten. De eventuele voordelen voor de deelnemers die van zo’n locatie elders gebruik maakten, werden in die gedachtegang moeiteloos meegenomen.

Doordat echter de prikkel – de te beperkte accommodatie – om naar andere locaties uit te zien goeddeels is weggevallen, ontstaat er een gezondere basis om over dislocatie na te denken. De basis om over dislocatie na te denken komt nu echter in de allereerste plaats te liggen bij de directe mogelijkheden en verworden vaardigheden van de deelnemers.

Daar komt nog een element bij:
Het is de verwachting dat de organisatie van het dagcentrum volgens dit rapport een substantiële bijdrage levert aan de verdere – meer zelfstandige – uitvoering van deelnemeractiviteiten. Doordat op dat terrein meer resultaten zichtbaar zullen worden, wordt ook de mogelijkheid om deze resultaten op dislocatie te gebruiken, in te zetten en verder te ontwikkelen, van meer nut.

Anno 1990 lijkt dit een innerlijke tegenstelling: de verbouwing leidt op dit moment tot minder motivatie om te zien naar andere locaties. Toch hoort het begrip dislocatie in dit rapport zeker thuis:
Het is namelijk een van de mogelijk volgende stappen in de ontwikkeling van het dagcentrum en haar deelnemers.

11c1. De ‘andere’ werkplek...

De kantine van het verbouwde dagcentrum Coloriet vormt de ontmoetingsplaats bij uitstek voor deelnemers en personeel. Tevens vormt de kantine de uitvalbasis: van daaruit worden ’s morgens de deelnemers (en personeel) gemobiliseerd:

  • voor de uitoefening van hun deelactiviteiten
  • voor het vertrek van die andere werkplek.
Hoe die andere werkplek eruit ziet of hoe die er uit zou moeten zien, valt nog niet te zeggen. Dat is ook van veel factoren afhankelijk:
  • welke deelnemers betreffen het en hoeveel?
  • welke activiteiten moeten er plaatsvinden en wanneer?
  • betreft het een permanente werkplek? (deeltijd?)
  • welke doelstelling zit er achter deze werkplek?
Het zal duidelijk zijn dat de wenselijkheid en de haalbaarheid van zo’n voornemen pas is vast te stellen wanneer bovengenoemde vragen in een goed doortimmerd (MBO) plan zijn beantwoord.

Tot aan dat moment zullen we wel in toenemende mate ontwikkelingen kunnen vaststellen waarbij het hek van het terrein niet de uiterste grens is:
Niet alleen producten en diensten voor klanten, maar ook producten en diensten bij klanten. Dat vormt niet alleen een facet m.b.t. ons integratiedoel, maar vormt ook een symptoom van groei van de huisdige arbeidsmatige werkwijze.

11c2. Projecten...

In dit rapport voor Coloriet behoort zeker aandacht te worden besteed aan bijzondere projecten. Kenmerk van een project is dat het een bundeling activiteiten in een bepaalde periode betreft. Zij vormen een aanvulling en een afwisseling op het aanbod wat dagelijks door het dagcentrum wordt gedaan.

Projecten kunnen vele varianten en vormen kennen:

  • de voorbereiding tot deelname aan een kunstfestival kan in een projectvorm gegoten worden;
  • het aannemen van een ‘klus’ binnen of buiten de deur kan in projectvorm gegoten worden;
  • de buitenweek zoals we deze voorheen kenden kan in aanleg als project worden ingevuld;
  • excursies, in de vorm van het meedraaien in andere dagverblijven kan onderdeel van een project zijn.
En al deze vormen vinden anno 1990 binnen Coloriet reeds op bescheiden schaal plaats.

Het project kan heel goed dienst doen als bijdrage aan afwisseling in het aanbod van het dagcentrum.
Maar deze vorm kan evenzeer perfect worden gebruikt als experiment en/of tussenvorm in de ontwikkeling van serieuze vormen van werken op dislocatie.

De reden om deze mogelijkheden in dit rapport expliciet te benoemen is gelegen in het feit dat een verbouwd Coloriet er niet toe moet leiden dat wij – als gevolg van die verbouwing – naar ‘binnen’ blijven kijken.
Wij kijken naar deelnemers, accepteren het dagcentrum als uitvalsbasis en richten ons oog vervolgens ook op de mogelijkheden ‘buiten de deur’.

12. Uitgangspunten financieel beleid...