12c. Personeelskosten...

Een gedetailleerde uitwerking van de personeelskosten is hier niet op zijn plaats. In dit rapport behoort wel een degelijke onderbouwing te worden opgenomen hoe de organisatie financieel gezond zou kunnen draaien.

Welnu, op het gebied van de personeelskosten kunnen we nu reeds de volgende uitgangspunten benoemen, welke reeds in eerdere bijlagen van dit rapport genoemd zijn:

Management:
Specialisten:
Deskundigen:

Totaal:
2 (plv) hoofd
Methodisch handelen
Mentoraat

Functie-begeleiding
totaal
totaal
totaal

totaal
140%
60%
1050%

1250%

Bij een gemiddeld jaarsalaris van Fl. 50.000,- zou dit budget neerkomen op Fl. 825.000,- (peil 1990). Dit is exclusief schoonmaakdienst.

Aan dit budget wordt toegevoegd:

  • kostenpost WERVING: Fl. 15.000
  • kostenpost SCHOLING: Fl. 20.000

Het totale budget zal derhalve iets boven de 8,5 ton komen te liggen. (peil 1990)
Daarop zullen de ontvangen ziekengelden in mindering worden gebracht. (45.000 in 1990)

12c1. Verdeelsleutel per deelnemer...

In dit rapport is al in een andere bijlage de volgende verdeling per personeelsfunctie opgenomen:

  1. 40% mentoraatstaak
  2. 40% functiebegeleidingstaak
  3. 20% subtaak (m.b.t. algemene activiteiten of organisatie)

ad.a.: De mentoraatstaak is berekend op maximaal 4 deelnemers;
ad.b.: De functiebegeleidingstaak is berekend op maximaal 4 producten/diensten/processen t.b.v. maximaal 4 deelnemers.
formule: 4 x 4 = 16.

De opbouw per personeelsfunctie kan individueel verschillen: het ene personeelslid heeft mentoraatstaken voor wel 6 deelnemers, de ander voor slechts 2 deelnemers. De compensatie voor deze verschillen wordt gevonden in de functiebegeleiding. Minder mentoraatstaken leidt tot meer functiebegeleidingstaken.

Maar ook zal gekeken worden naar de inhoud van de functiebegeleidingstaken per personeelslid. Een activiteit voor vier deelnemers tegelijk zal een andere belasting betekenen dan vier verschillende deelactiviteiten voor steeds 1 deelnemer.

Dit, om te waken over een evenwichtige belasting in de opbouw van een personeelsfunctie. Maar evenzeer om de personeelsfuncties in relatie tot elkaars gewicht in harmonie te brengen en te houden.

Coloriet kent 10.5 formatieplaatsen.
Los van de omvang van de HV-groep worden 2.5 formatieplaatsen gereserveerd voor de HV-groep.

Resteert: 8 formatieplaatsen voor 42(+) deelnemers – HV-groep.
(+): boventalligheid resp. uitbreiding erkende plaatsen wordt niet uitgesloten.

Aanname: 42 (+ 6 bovent.) = 42 – 10 (HV) = 30 (+) deelnemers krijgen een aanbod van 8 personeelsleden bestaande uit:
maximaal 8 x 4 = 32 mentoraatsplaatsen
maximaal 8 x 4 = 32 productie/dienstenplaatsen.

Het plaatje is realistisch kloppend gemaakt.

12c2. Arbeidsmatig werken kost geld...

Tijdens de totstandkoming van dit rapport is vanuit Keerkring een werkgroep Investeringen met een studie bezig om naar nieuwe mogelijkheden te zoeken voor de financiering van investeringen in het kader van arbeidsmatige activiteiten.

Waar deze studie toe leidt, valt op dit moment niet te zeggen. Hoe de situatie in 1995 op dit punt dan inmiddels geregeld zal zijn, evenmin.

Wel is duidelijk dat de exploitatiemiddelen, zoals we deze tot 1990 kennen, eigenlijk gebaseerd zijn op activiteiten binnen dagverblijven, werken met een leefgroepensysteem.

Investeringen die op termijn nodig zijn om een arbeidsmatige werkwijze ‘gaande te houden’ zijn:

  1. dure investeringen.
    Er worden dure machines aangeschaft.
  2. individuele(re) investeringen.
    En dus zal het in de praktijk leiden tot meer investeringen. Machines worden aangeschaft voor slechts 1 of enkele deelnemersfuncties.
  3. kwetsbaarder.
    De deelnemer wordt ziek, overgeplaatst of heeft geen interesse meer; investering nutteloos.

Deze factoren spelen binnen een arbeidsmatige werkwijze een veel grotere rol dan in het oude leefgroepensysteem.

Daarnaast zijn er nog een tweetal kostenverhogende andere aspecten:

  1. De arbeidsomstandigheden.
    Naarmate de professie van de deelnemer toeneemt, de productie serieuzer wordt, zal er aan de arbeidsomstandigheden uitgebreider aandacht moeten worden besteed overeenkomstig de wettelijke voorschriften die er op allerlei terreinen voorhanden zijn. Voorzien in de eisen uit die voorschriften zal veelal geld kosten.
  2. Kwaliteitseisen en productienormeringen en eisen m.b.t. de fabricagemethode.
    Dit zijn even zovele kostenverhogende factoren waarmee rekening moet worden gehouden. Zowel met het oog op de veiligheid van de maker als de gebruiker en eveneens m.b.t. de hygiëne bij de productie.

Indien de werkgroep Investeringen geen duidelijke mogelijkheden kan aangeven, zal het dagcentrum zelf andere bronnen moeten zien aan te boren.

12c3. Basisveiligheid kost geld...

De HV-groep biedt slechts een beperkt aanbod aan arbeidsmatige activiteiten. In het aanbod van de HV-groep valt juist een extra aanbod op m.b.t. de basisveiligheid en de verzorging.

Uit zowel de accommodatie van de HV-groep: de vleugel, als uit de personeelsbezetting blijkt dat de realisering van dit aanbod extra geld kost.
Het dagcentrum realiseert dit aanbod graag.

De werkgroep is daar tegenover wel van mening dat in de HV-groep slechts die deelnemers mogen zitten, van wie aangetoond kan worden dat het extra aanbod op genoemde punten geboden is.

Anderzijds is de werkgroep van mening dat iedere deelnemer van wie kan worden aangetoond dat hij op een dergelijk aanbod aangewezen is, daar ook inderdaad geplaatst kan worden.

De werkgroep zegt dit om een aantal redenen:

  • De plicht om vraag en aanbod maximaal op elkaar af te stemmen.
  • De realiteit dat Coloriet in de toekomst meerdere HV-deelnemers aangeboden zal krijgen.
  • Een deelnemer die de verzorging of basisveiligheid niet strikt op de aangeboden wijze nodig heeft, is daar voor de eigen ontwikkeling niet op zijn plaats.

Tenslotte: de werkgroep geeft in overweging om t.b.v. de HV-groep en ter realisering van het aanbod van basisveiligheid en verzorging een bescheiden groepsbudget voor dit doel beschikbaar te stellen. Een groepsbudget dat ook – net als de overige budgetten – op basis van een jaarlijks bijgewerkt en vastgesteld plan (MBO) wordt verstrekt.

13. Conclusies, aanbevelingen en vervolg...