14b. De weg er naar toe...

Coloriet 1995: een toekomstbeeld, waarvan je zeggen moet: er zal tussen het moment van verschijning van dit rapport en 1995 nog heel wat moeten gebeuren, alvorens dit toekomstbeeld realiteit wordt.

Dat is juist en het is van de werkgroep niet de bedoeling geweest dit beeld via een aantal aardschokken dichterbij te brengen.
Maar ook meent de werkgroep dat een licht aardschokje hier en daar nog geen ramp behoeft te zijn en dat 1995 geen ‘heilig’ jaar is: het mag ook 1993 zijn...
En daar zit de kern van ‘de weg er naar toe’.

Er zijn een aantal gebeurtenissen die moeten gebeuren wil dit toekomstbeeld op verantwoorde wijze gerealiseerd kunnen worden. Tevens moeten er een aantal ontwikkelingen flinke resultaten afgeworpen hebben.

Het is moeilijk in tijd te plannen hoelang verschillende ontwikkelingen zullen gaan duren.
Evenzeer is het lastig de juiste momenten te kiezen tussen enerzijds een groeiende ontwikkeling in de afgesproken en gewenste richting en anderzijds het nemen van concrete maatregelen om situaties te beëindigen of juist te starten.

In het tijdpad naar 1995 zullen jaarlijks plannen ontwikkeld dienen te worden om richtinggevend de prioriteiten te bepalen.
Maar wel kunnen we in het kader van dit rapport de grote hobbels, kansen, ontwikkelingen en gebeurtenissen aangeven, die op weg naar 1995 gerealiseerd moeten worden.

14b1. M.B.O....
(Management by Objectives)

Eind 1989 is de eerste stap gezet naar een volwaardige MBO-werkwijze. In 1990 zijn en worden alle activiteiten in het dagcentrum door de verantwoordelijke personeelsleden vervat in op MBO-leest geschoeide plannen.

Kenmerk MBO: concrete, realistische en meetbare doelstelling met middelen, tijdpad, financiële onderbouwing, bijstellingsmomenten en evaluaties.
In de eerste fase hiervan betreft het voornamelijk een inventarisatie van de bestaande activiteiten. Daaruit werd het direct duidelijk hoeveel activiteiten eigenlijk niet aan – voldoende – MBO-normen voldoen. Tevens werd duidelijk dat het zeer veel moeite kost om relevante info in de MBO-plannen op te nemen.

Daarnaast is er nog een aspect te noemen: het maken van plannen is een ding. Maar het werken met deze MBO-plannen is een ander verhaal.

Kort en goed:
Op een verantwoorde wijze MBO-plannen opstellen en daarnaar werken is een proces wat nog vele jaren duurt. Wellicht moet je hier spreken over een streefdoel. Volledige MBO zal nooit gehaald worden. Dat houdt praktisch in dat de huidige inspanningen om de werkzaamheden op een aanvaardbaar MBO-niveau te krijgen nog wel even voortduren. Maar dat betekent ook dat er niet eindeloos gewacht zal moeten worden met het moment ‘een stap verder’ te gaan. MBO zal immers een punt van aandacht moeten blijven.

14b2. Verbouwing...

Begin 1989 is het bouwplan voor een vleugel aan Coloriet uit de mottenballen gehaald. het bestond al enige jaren en echt duidelijk, waarom er al die tijd zo weinig mee gedaan was, werd het niet.

De veronderstelling leek gerechtvaardigd dat het ‘plaatje’ te duur zou zijn. Om die reden werd een goedkoper alternatief plan opgezet op basis van herschikking van de bestaande ruimten.

Na onderhandelingen met het ministerie van WVC was het resultaat maximaal: dien een plan in met vleugel + herschikking van bestaande ruimten.
In 1990 werd de architect erbij betrokken en de nodige schetsen opgezet. Een en ander in overleg met alle betrokkenen.
Een voorlopige goedkeuring van het ministerie kwam in september 1990 binnen.

Het is deze gang van zaken geweest welke de verwachting aannemelijk maakt dat de bouw in de loop van 1991 gerealiseerd zal worden. En dat is hard nodig ook.

In november wordt er binnen Coloriet een Begeleidingscommissie ‘Bouw’ ingesteld.

Het zal duidelijk zijn dat de realisering van dit verbouwingsplan – iets wat in totaal vele jaren heeft geduurd – een volledig eigen planning nodig maakt en ook zonder dat een eigen tijdpad volgt.

Toch zal het uit het later in deze bijlage volgende tijdpad duidelijk zijn dat de realisering van dit verbouwingsplan niet geheel op zichzelf staat, maar ingepast kan en moet worden in de ontwikkeling naar 1995. En binnen die ontwikkeling naar 1995 is de realisering van dit verbouwingsplan een absoluut noodzakelijke voorwaarde.

14b3. Methodiek...

Extra aandacht voor methodiek, het methodische handelen en vooral het methodisch denken. Dit is een proces welke eigenlijk naadloos aansluit op het proces van de MBO-werkwije.

Het is zelfs heel moeilijk daarin een moment vast te stellen, waarop je zegt: hier sluiten we de extra aandacht op de MBO-werkwijze af en gaan we ons richten op de fase methodiek.

Het is ook de vraag of dit moment wel gekozen moet worden. Belangrijker is het dat het MBO-proces zich via verdieping automatisch omzet in methodisch denken en handelen. Opvallend hierbij is dat ieder personeelslid in zijn opleiding de nodige methodiekscholing heeft meegekregen.

Een basis – los van de kwaliteit ervan – is dus aanwezig.

De formele invoering en uitwerking van het methodisch handelen en denken zal dus direct de attitude van ieder van ons en de gezamenlijke cultuur aan de orde stellen.

Maar het is niet alleen negatief: bij het personeel is de wil en deskundigheid voorhanden om het eigen functioneren te koppelen en te toetsen aan het methodisch denken in MBO-verband.

Het is slechts de fragmentarische wijze waarop dit anno 1990 gebeurt dat een methodische fase volgend op de MBO-fase absolute noodzaak is.

Het gaat daarbij niet om uitgebreide toename van individuele theoretische kennis op het gebied van de methodiek. Zoals gezegd, die is in beginsel aanwezig. Het gaat hierbij vooral om simpele vragen betrekking hebbend op ieder handeling die je verricht of nalaat: waarom? Waarom niet? Stel de lijn in jouw handelen vast!

En daarvoor moet wel de nodige kennis ‘onder het stof’ vandaan worden gehaald.

14b4. Individualisering...

De individualiseringsfase kent een dubbele uitleg:

Indien je de individuele deelnemer een individueel aanbod wilt doen op basis van deelnemersfuncties opgebouwd uit deelactiviteiten..., dan zul je ook iets te bieden moeten hebben.

Welnu: er vindt dus allereerst een inventarisatie plaats van het aanbod.
Dit betekent, dat er voor de gehele fase een uitgewerkt plan moet komen waarbij de volgende kenmerken een rol spelen:

  1. Individualisering van personeelsfuncties;
  2. Inventarisatie van aanwezige deelfuncties;
  3. Inventarisatie van de aanbodzijde;
  4. Beoordeling cq aanvulling van deze inventarisatie;
  5. Behoeftepeiling van deelactiviteiten van individuele deelnemers;
  6. Inventarisatie van de vraagzijde;
  7. Afstemming van vraag en aanbod;
  8. (gefaseerde) opstart:
    • scheiding personeelsfuncties
    • opbouw deelnemersfuncties
    • oriëntatieperiode
    • MBO-planmatige onderbouwing van alle pakketten.

De werkgroep waagt zich op dit moment niet aan een verdere uitwerking, maar ziet hierin wel een uitdaging.

14c. Tijdpad...