9b. Deelnemer als centraal figuur voor ons aanbod...

Zie je een geestelijk gehandicapte als een kind, dan zul je hem je hele leven lang op pedagogische wijze trachten op te voeden naar volwassenheid (wat dat ook moge zijn).

Zie je een geestelijk gehandicapte als een zieke, dan zul je hem je hele leven lang op medische of para-medische wijze trachten te genezen.

De wijze waarop je tegen mensen aankijkt, bepaalt voor een belangrijk deel ook je houding en je aanpak.
En hoewel de geestelijk gehandicapte in bovenstaande beelden centraal staat: hij is wel afhankelijk van deze houding.
Onze houding.

Binnen het dagcentrum Coloriet zijn de uitgangspunten en de werkwijze al in 1987 vastgelegd.
Een geestelijk gehandicapte is in de allereerste plaats mens, als u en ik. De doelstelling vanuit de Erkenningsnormen is vertaald naar een werkwijze, welke is gespiegeld aan gevoelens, belangen, ontwikkelingen en waarden die wij ervaren aan en in onszelf:

‘De arbeidsmatige werkwijze is gebaseerd op het uitgangspunt dat gevoelens van eigenwaarde ontstaan uit de ervaring iets voor anderen en iets voor zichzelf te kunnen betekenen.
Dergelijke gevoelens zijn in het algemeen kenmerkend voor zinvolle dagbesteding.
Optimale deelname aan de samenleving wordt bevorderd als het product van die dagbesteding (goederen, diensten) waarde heeft in die samenleving, als zowel de productie (arbeid) als de producten bijdragen aan een volwaardige maatschappelijke identiteit. Rekening houdend met de mogelijkheden, wensen en beperkingen van de afzonderlijke deelnemers is de dagverblijf-organisatie dienstbaar gemaakt aan deze gedachte. Als zodanig vormt het geschetste uitgangspunt een nadere uitwerking van de doelstelling, zoals geformuleerd in de Erkenningsnormen voor dagverblijven. (1982)’

Bovenstaand citaat komt voor in de brochure welke Coloriet sinds 1987 in omloop heeft gebracht. En dit uitgangspunt heeft in 1990, maar naar verwachting ook in 1995 niets van zijn waarde verloren.
Dit is de wijze waarop wij – gebonden aan de erkenningsnormen – kijken naar de geestelijk gehandicapte en hem centraal stellen.

Wij vestigen er echter de aandacht op, dat er meerdere redenen zijn aan te voeren om de zinsnede ‘de dagverblijf-organisatie is dienstbaar gemaakt aan deze gedachte...’ nader tegen het licht te houden.
In 1987 was deze zinsnede ongetwijfeld op zijn plaats. In 1990 begint de dagverblijf-organisatie in zijn huidige vorm te ‘wringen’ en het is ondenkbaar dat in 1995 de huidige dagverblijf-organisatie nog ‘dienstbaar’ genoemd kan worden aan deze gedachte.
De huidige dagverblijf-organisatie vormt in 1995 een struikelblok voor deze gedachte.
Vandaar dit rapport.

Wij schetsen een gewenst beeld van Coloriet in 1995 waarin ‘die gedachte’ nog steeds op vernieuwende wijze kan worden gerealiseerd.

9b1. Arbeidsmatig werken...

Binnen Coloriet worden diensten en producten geleverd. Arbeidsmatig werken is werken met alle facetten die met arbeid te maken hebben, echter zonder (tempo)dwang of winstoogmerk.

Voorwaarden om arbeidsmatig te kunnen werken zijn:

  • producten en/of diensten waarvoor vraag bestaat of waarvoor vraag kan worden georganiseerd.
  • kwaliteit en prijsstelling welke vergelijkbaar zijn met binnen de samenleving geldende normen, eisen en tarieven.
  • een optimale zichtbaarheid (visualisering) van het ‘dienstenproces’ of ‘productieproces’ voor de individuele deelnemer.
  • een eigen en onvervreemdbaar aandeel van de deelnemer in de voorbereiding, bespreking, uitvoering, verpakking, levering en verkoop(acties) van het product of de dienst.

De ontwikkeling, stimulansen en integratie-aspecten m.b.t. de arbeidsmatig werkende deelnemer zijn van bijzonder belang: genoemd zijn al de gevoelens van eigenwaarde door iets voor anderen en voor zichzelf te kunnen betekenen.

Zonder volledig te willen zijn, is daar nog het volgende aan toe te voegen:

  • het ontwikkelen en behouden van vaardigheden om (productie)handelingen te kunnen uitvoeren.
  • integratie: zowel bij de inkoop van materialen als bij de verkoop van producten en het leveren van diensten.
  • sociale contacten: de omgang met leveranciers, klanten, het samenwerken, het productiegericht afhankelijk zijn van elkaar.
  • begrip van waarde voor goederen en eigendommen van de ander en jezelf.
  • de waarde van het geld en het leren omgaan met geld: sparen.
  • planning en afspraken maken; afspraken nakomen.

Deze lijst zou nog eenvoudig uit te breiden zijn, het zou een scriptie worden met maar 1 thema: Arbeidsmatig werken.

Wij volstaan echter met bovenstaande uiteenzetting om aan te geven dat de gedachte zoals deze in 1987 en ook nu nog leven t.a.v. arbeidsmatig werken, ongewijzigd zijn gebleven.
Wij zien in arbeidsmatig werken een uitstekend middel om de deelnemer binnen Coloriet een aanbod te doen waarbij een maximaal aantal aspecten uit ons leven hun eigen plaats krijgen binnen de wereld van de geestelijk gehandicapte: onze wereld.

Bij 1 facet van het arbeidsmatig werken willen wij nog even stilstaan: de mate van de handicap(s) van de deelnemer.
Zolang het in het belang van de deelnemers is dat zij binnen onze gemeenschap verblijven en dus geplaatst worden binnen Coloriet, zijn wij van mening dat het ‘arbeidsmatig werken’ op iedere deelnemer kan worden toegepast. In die toepassing zal er vertaling nodig zijn: onze taak.

De deelnemer die slechts 20% van zijn verblijfstijd beschikbaar zou hebben naast de verzorging en/of paramedische activiteiten, zal in die 20% tijd arbeidsmatig kunnen werken.
En naarmate niveau en handicap(s) een grotere rol gaan spelen, zal onze inventiviteit moeten toenemen, teneinde ook hen alle genoemde aspecten te laten ervaren.

Arbeidsmatig werken is niet heilig, het blijft een middel. Maar slechts een veranderend arbeidsethos in de samenleving rechtvaardigt binnen Coloriet een andere uitwerking van onze doelstelling. Niet omdat de samenleving ‘heilig’ is, wel omdat wij er deel van uitmaken.
Integratie.

9b2. Specifieke functies...

Coloriet doet iedere deelnemer een aanbod. Dat aanbod noemen wij een functie. Iedere deelnemer binnen Coloriet heeft een eigen functie. Deze functie bestaat uit een aantal deelactiviteiten. Deze deelactiviteiten vormen samen 1 delnemersfunctie.

Het aanbod dat door Coloriet wordt geboden aan iedere deelnemer wordt geheel individueel vastgesteld. Zo zal iedere deelnemersfuncite uit andere deelactiviteiten zijn opgebouwd. Evenzo zal iedere deelactiviteit in omvang individueel bepaald worden. Uiteraard wordt de deelnemer elf optimaal betrokken bij het samenstellen van het totale pakket: zijn functie.

Coloriet onderscheidt in haar aanbod een aantal activiteiten:

  1. arbeidsmatige activiteiten.
  2. paramedische activiteiten.
  3. ontspannende activiteiten.
  4. vormende activiteiten.
  5. verzorgende activiteiten.

Het is duidelijk dat iedere soort activiteiten onderverdeeld kan worden in vele soorten deelactiviteiten.

Zonder nu een lange rij te onderscheiden deelactiviteiten op te sommen is het kenmerk van deze deelactiviteiten wel belangrijk te noemen.
Gold voorheen ‘textiel’ als wezenlijk anders dan ‘hout’ of ‘tuin’, nu gaan we een belangrijke stap verder.
Wij stellen dat het bekleden van een poppewieg een andere deeltaak is dan het maken van een tafelkleed.
Wij stellen dat het verzorgen van binnenplanten een andere deelactiviteit is dan het schoffelen in de tuin.
Wij stellen dat het stencillen van het OR-bulletin een andere deelactiviteit is dan het copieerwerk.
Wij stellen dat sieraden maken een andere deelactiviteit is dan het vervaardigen van inpakpapier.
Wij stellen dat een trekzwaan maken een andere deelactiviteit is dan het maken van een poppewieg.
Wij stellen dat een zijdeverfschildering een andere deelactiviteit is dan het maken van aardewerk.
En, tenslotte stellen we dat het maken van appeltaart een andere deelactiviteit is dan het zetten van koffie en thee.
En al deze – en vele andere – deelactiviteiten zitten in de functie van de individuele deelnemer.

Welnu, het grote verschil met 1987 en ook met 1990 is, dat in 1995 niet meer de groep waarin de deelnemer geplaatst is voor een belangrijk gedeelte de activiteiten bepaalt die de deelnemer krijgt aangeboden.

Verdere differentiatie van ons Coloriet-aanbod geeft mogelijkheden de individuele deelnemer te specialiseren op enkele deelactiviteiten.
Samengevoegd tot 1 deelnemersfunctie: van hem. Niet gehinderd door vele andere activiteiten waarvan in het verleden ook van hem een aandeel verwacht werd. Terwijl diezelfde deelnemer in het verleden veel andersoortig aanbod misliep: hij zat nu eenmaal in die specifieke groep. En daar deden ze dit nu eenmaal niet en dat nu eenmaal wel...

Met andere woorden: maximale differentiatie van alle huidige activiteiten welke het dagcentrum reeds kent, geeft grote mogelijkheden om tot een optimale individuele begeleiding en samenstelling van het activiteitenpakket te komen: de deelnemersfunctie.

Een ervaringsfeit leert ons, dat de deelnemer binnen ons dagcentrum 65% resp. 40% van de verblijfstijd beschikbaar heeft voor arbeidsmatige activiteiten. De gemiddelde deelnemer haalt 65%, de deelnemer uit de zogenaamde MCG-groep haalt 40%. Samen met de overige 35% en 60% wordt per deelnemer voor langere tijd de deelnemersfunctie samengesteld en vastgesteld.

Waar de ‘overige verblijfstijd’ ook aan opgaat:

  • verzorging
  • ontspanning
  • vorming
  • paramedische actie
Samen vormt het een deelnemersfunctie. Een maatpak. Op het lijf gesneden.

9b3. (Extra-)verzorging...

Rolstoelgebonden, incontinent, grove motoriek, laag niveau: ieder kent daarbij de beelden en de mogelijke consequenties. Het zijn verschijnselen welke extra aandacht vragen: verzorging.
Het geldt al bij het betreden en verlaten van het dagcentrum; in- en uitstappen bij de bus; de toiletgang; het eten en het koffie en thee drinken.
Verzorging; extra verzorging.
Extra energie.
Extra tijd.

Het hoort bij het werk en ook bij de arbeidsmatige werkwijze komen deze aspecten terug in de begeleiding. Dat leidt tot een dubbele conclusie:
Extra-verzorging leidt tot minder tijd, die ‘overblijft’ voor arbeidsmatige activiteiten.

Maar ook de netto-tijd voor arbeidsmatige activiteiten blijkt in de dagelijkse praktijk bruto-tijd te zijn. De extra-verzorging speelt immers ook tijdens arbeidsmatige activiteiten een rol.
Wij noemen deze deelnemers: hoog-verzorgingsbehoeftige deelnemers.

Coloriet heeft sedert de verbouwing in 1991 een aparte vleugel voor hoog-verzorgingsbehoeftige deelnemers. Zij komen daar ’s morgens binnen en gaan daar ’s middags ook weer weg. Hun beschikbare tijd voor arbeidsmatige activiteiten is beperkt. Veelal komen zij niet verder dan de helft van de tijd welke de overige deelnemers arbeidsmatig kunnen besteden. Hun deelnemersfunctie ziet er dus anders uit...?
Maar niet principieel.

Ook voor deze hoog-verzorgingsbehoeftige deelnemers geldt, dat zowel de arbeidsmatige activiteiten als de overige activiteiten als deel-activiteiten een individuele deelnemersfunctie vormen. En dus kan gedurende de arbeidsmatige verblijfstijd van een HV-deelnemer prima een deel-activiteit in het textiel-atelier worden verricht.
De HV-groep is voor deze deelnemer slechts een (belangrijke) basis. Er is daar extra (MCG)personeel en de verzorgende onderdelen kunnen er optimaal worden verricht. Voor het overige gaat deze deelnemer zijn ‘eigen weg’ door het dagcentrum ter vervulling van zijn deelnemersfunctie.

Met de geplande verbouwing in 1991 is er een optimale ruimte voor deze groep deelnemers gerealiseerd. Hieruit kan niet worden afgeleid dat de capaciteit van Coloriet m.b.t. hoog-verzorgingsbehoeftige deelnemers is of wordt vergroot. Op dat punt zit Coloriet al ongeveer aan de grens van haar mogelijkheden.

9b4. Basisveiligheid...

Soms is de relatie met je begeleider niet voldoende.
Soms is de band met je werk niet voldoende.
Soms is het individuele dagprogramma niet vertrouwd genoeg voor je.
Soms is de warmte en gezelligheid niet voldoende.
Soms...

Kortom, soms is de eigen stoel aan je vaste tafel en een vaste kring mensen om je heen in een vertrouwde regelmaat van terugkerende elementen heel erg belangrijk.

Wellicht is dit geen wetenschappelijk juiste vertaling van het begrip: basisveiligheid.
Maar we weten wat we bedoelen. Indien de deelnemer de basisveiligheid om zich heen ontbeert, ontbreekt de basis voor zijn welzijn en leidt iedere positieve ontwikkeling schipbreuk.
Hij voelt zich verloren: in het diepe gegooi en dat leidt tot allerlei ontwikkelingen. Coloriet heeft voor deze deelnemer een eigen aanbod:
de HV-groep. In deze groep is extra personeel en zijn speciale faciliteiten aanwezig op het gebied van verzorging. Daar wordt in een vertrouwde structuur de basisveiligheid gekweekt welke speciaal voor deze deelnemers nodig is.

Het is logisch dat dit extra aandacht, tijd en zorg vraagt. Die is er ook.
En dus vormen de arbeidsmatige activiteiten een beperkt aandeel in het totale aanbod binnen deze groep. Toch zal ook deze deelnemer binnen de HV-groep. Toch zal ook deze deelnemer binnen de HV-groep een eigen deelnemersfunctie vervullen. Hoe bescheiden dan ook.

Er is echter 1 verschil: hij behoeft voor de vervulling van deze – bescheiden – arbeidsmatige activiteiten de eigen HV-groep niet uit. De eigen vertrouwde omgeving, mensen en structuur maakt hier niet alleen deel uit van het aanbod. het is er het uitgangspunt van.

9b5. Deeltijd en ouder worden...

Over deeltijd-plaatsingen kunnen we kort zijn: deze zullen in de toekomst steeds vaker voorkomen. Soms is dit mede een gevolg van het ouder worden.
Soms ook niet.

Coloriet kan per deelnemer, per dag en per activiteit een aanbod doen. Dus ook voor die deelnemer die slechts 1 dag of enkele dagen per week het dagcentrum bezoekt. De uitgangspunten voor dat aanbod blijven ongewijzigd: de eerder genoemde percentages worden eenvoudig aangepast aan de omvang van de deeltijd.

Over het ouder-worden valt het volgende te zeggen: een formule pensionering kennen wij niet. De deelnemer die het recht daarop uitspreekt, wordt daarin echter wel serieus genomen. Maar dat behoeft geen uitplaatsing in te houden.
De leeftijdsgrens vormt op zich geen grens. De psychische en fysieke conditie kan – met het ouder worden – wel een argument zijn om tot

  1. verkorting van de verblijfstijd te komen.
  2. aangepaste, andere activiteiten aan te bieden.
Een en ander doet echter aan het principe van de individuele deelnemersfunctie niets af. De deelactiviteiten kunnen anders geschikt, uitgeruild of minder belastend samengesteld worden. Andere activiteiten kunnen toegevoegd worden.

‘Een oude boom niet verplanten’ geldt ook hier binnen de grenzen van de mogelijkheden in het dagcentrum.
Met andere woorden: het verouderingsproces moet ook hier individueel benaderd worden. Sterker, een gewoon verouderingsproces moet door Coloriet mogelijk gemaakt worden.

Wij houden niemand tegen de eigen wil binnen het dagcentrum, maar wij zijn ook nooit te oud om te leren dat Coloriet ook ouderen voldoende te bieden heeft.
Gaandeweg zal het arbeidsmatig aandeel zijn inhoud verliezen. Mag het alsjeblieft?

9c. De groep en de groepen...